Verboden te verbieden.

1 december 2007.

Ik heb een fundamentele afkeer van elke vorm van fundamentalisme. Dit mag dan taalkundig een contradictie lijken, het is mijn inziens de enige gezonde basisfilosofie om zo onbevangen mogelijk in het leven te staan. Bijna had ik ‘door het leven te fietsen’ geschreven, maar na enige zelfreflectie en gefronste wenkbrauwen bij mijn huisgenoten, heb ik toch maar wijselijk voor het eerste gekozen. Zo’n lichtvoetig zonnetje in huis ben ik nu ook weer niet, alhoewel dat ongetwijfeld een bonus zou zijn in deze vroegduistere wintermaanden met hun uit de pan swingende energiefacturen.

De ergste soort fundi’s zijn zij die besmet zijn met het bekeringsijver-virus. Vooral te onpas willen ze je overtuigen van hun absoluut onweerlegbare gelijk, en ze zouden geen seconde aarzelen mochten ze de mogelijkheid zien om lobotomie-gewijs elke afwijkende gedachte uit je hersenpan te verwijderen. De Getuigen van Jehova behoren nog tot de meer sympathieke variant hiervan, zoals de in mijn voordeur vereeuwigde afdruk van de chronische glimlach van een van hen getuigt. Want als beleefd opgevoede jongen ga je de eerste keren nog een eind mee in het aanhoren van iets wat je totaal niet interesseert, maar er zijn grenzen aan zowel geduld als de invloed van eender welke opvoeding. En de tamtam heeft blijkbaar zijn werk gedaan, want ik heb er geen meer gezien sinds die dichtknallende deur.

Al een stuk minder sympathiek vind ik de anti-rooklobby, die zich regelmatig bij monde van professor-emeritus Blanpain van zijn meer fascistische kant laat horen. Mijn antipathie heeft amper betrekking op hun standpunten over het roken zelf. Als stevige paffer sinds mijn veertiende voeren ik en mijn rokershoest zowat dagelijks discussie over het feit of de instant bevrediging, die onmiskenbare rush van de verslaafde bij elk nicotineshot, nog steeds opweegt tegen de sluipmoordende nadelen. Maar ik noch enige andere roker hebben een pretentieuze professor nodig om onze intelligentie te beledigen of onze sociale vaardigheden in vraag te stellen. Yep, zelfs wij weten dat je niet rookt in de nabijheid van kinderen of zwangere vrouwen! Die laatste zijn trouwens meer dan mondig en moederdier genoeg om dat in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk te maken aan degene die het toch zou wagen om er eentje op te steken.

Nu wil men nog een stap verder gaan en onder het motto van attitudevorming ook het roken in auto en openlucht verbieden. Hier begint het schoentje écht te wringen bij mij. Het is niet alleen totaal hypocriet, als je weet dat elke bewoner van een modale grootstad alleen al door de luchtverontreiniging dagelijks het equivalent van anderhalf pakje inademt. Maar bovenal is het een bewijs van de alsmaar toenemende invloed van de adepten van de verbodscultuur. Want of het nu roken, religie of separatisme betreft, het is telkens hetzelfde scenario. De niet-georganiseerde en van nature tolerante meerderheid laat zich in de hoek drummen door een onverdroten lobbyende minderheid die hun –meestal enige- agendapunt met alle mogelijke middelen door proberen te drukken en via wetgeving aan iedereen op te leggen.

Wereldwijd zijn ze aan hun opmars bezig, deze kruisvaarders van de goede zeden. Neem nu Albanië. Daar bestaat zelfs al een telefoonkliklijn waar je overtreders van de talrijke rookverboden kunt aangeven. Laat ons wel wezen: Albanië, hét fucking rovershol van Europa, grauw van de armoede, waar je niet eens zeker bent of je je gezondheid niet riskeert door een simpele inspuiting bij de dokter. Maar waag het niet langer om op de rug van je ezel een sigaret te roken!

Fundi’s –zeker de gezondheidsfascisten- schermen graag met ‘het collectief belang’ om hun strijd te rechtvaardigen. Hun ideale samenlevingsmodel is de mierenkolonie: voorspelbaar, controleerbaar, en elke afwijking op de norm onverbiddelijk afgestraft. Hongkong moet daarbij hun natte droom zijn. Een afgelikte, karakterloze stadstaat, de realiteit geworden Big Brother-biotoop, met camera’s op elke hoek en een schijnbaar uit het niets opduikende flik, zodra je je nog maar riskeert een papiertje weg te gooien.

Ik mag er, als Bourgondisch ingestelde Belg, niet aan dénken om in zoiets terecht te komen. Maar dat toekomstbeeld staat ons, rokers en niet-rokers alike, ongetwijfeld te wachten als we ons door een teveel aan tolerantie tegenover de intoleranten in slaap laten wiegen.

Populaire posts van deze blog

Maintje.

Gratis bestaat niet.

Staande ovatie.