In galop met Gallup.
24 november 2007.
Na jaren van rondvragen en zoeken heb ik haar uiteindelijk gevonden! Nee, niet een in de mist der tijden verdwenen jeugdliefde, maar wel het eerste mij bekende menselijke exemplaar dat op regelmatige basis deelgenomen heeft aan een substantiëel marktonderzoek. Ze groeide op in een gezin waar gedurende langere tijd zo’n kastje stond om het kijk-en luistergedrag te analyseren, en elk gezinslid moest daarvan ook een dagboek bijhouden.
Ik heb jarenlang gedacht dat dit soort onderzoeken tot het rijk der fabels behoorde. Want werkelijk niémand in mijn toch wel uitgebreide kennissenkring of familie is ooit zelfs maar gepolst om aan zoiets mee te werken. Ikzelf heb het ook nooit verder geschopt dan een korte vragenlijst tijdens een fietstochtje. ‘Waarom fietst u hier? Hoe dikwijls? Hoe lang doet u over dit traject? Dank u wel voor uw deelname’.... Beats me wie daar in godsnaam wàt wijzer van wordt. Evenmin ben ik ooit geïnterpelleerd over mijn stemgedrag in het stemhokje. Trouwens, hebt u eender welke exit-poll ook maar in de buurt van de uiteindelijke verkiezingsuitslag weten komen?
Het is je wel duidelijk dat, van alle ergernissen die in het leven kunnen opduiken, enqûetes honkvast in mijn top 5 geparkeerd staan. Het is nog niet eens de bevraging op zich, maar vooral de daaruit getrokken en in de media als waarheid voorgestelde conclusies die me op de kast jagen. Het is een publiek geheim dat menig succesvol Woestijnvis-programma nooit zou gemaakt zijn, mochten Vandenhaute & co niet gewoon 'foert' hebben kunnen zeggen tegen het door Aimé Van Hecke zo gekoesterde Censydiam. Als zo’n onderzoeken al iets bewijzen voor mij, is het dat de meeste mensen een chronisch gebrek aan verbeelding hebben. Voor de rest zijn ze even overbodig als visgerei in de woestijn. Een greep uit de oogst van de voorbije maanden.
‘Uit een recent onderzoek bij 1500 Vlaamse gezinnen blijkt dat de kinderen altijd absoluut op de eerste plaats komen. Als er ergens moet bespaard worden, trekken de ouders eerst zelf de broeksriem aan’. Is hier ergens een deur die nog wijder openstaat om in te stampen? ‘Zo klaar als klontwater’ zou mijn goede vriend A. zeggen, in een van zijn contaminerende buien. Want los van ouderliefde of altruïsme zijn wij, net als alle andere zoogdieren, genetisch gewoonweg zo geprogrammeerd om als soort te kunnen overleven. Weinig romantisch, maar waar.
Amper enkele dagen later volgde alweer een andere poll, waaruit dan onweerlegbaar moest blijken dat ‘mensen zonder kinderen zich het gelukkigst voelen’. Hier was geen specifiek onderzoeksgebied vermeld, dus wie weet gebeurde het wel bij die aartsluie Walen, die met de handen wijd open in de OCMW-kassen graaien om hun abortussen te kunnen betalen en met hetgeen overschiet op de boemel gaan (een grapje, Joëlle, une blague!). Het gelukkigst ten opzichte van wat of van wie? Hoe kan iemand die geen kinderen heeft, nu weten of meten of hij of zij gelukkiger is dan iemand met koters? En als de biologische klok begint te tikken, zeker bij vrouwelijke vijfendertigplussers, zal dat ongetwijfeld volledig andere antwoorden opleveren dan bij wie net het ouderlijk huis verlaten heeft en vooral op de lichamelijke liefde teert, met uitzicht op een schier eindeloos lijkende toekomst.
De recente kroon op het werk is de World Poll van het gerenommeerde Gallup-instituut, dat in 130 landen gepeild heeft naar de relatie tussen geld en geluk. Want wat blijkt (tromgeroffel en paukenslagen!): geld maakt gelukkig! Stel je voor hoe we blind en onwetend door dit leven zouden moeten strompelen zonder zo’n instituut dat deze erudiete kennis met ons deelt. Ik mag er gewoonweg niet aan denken! Had men nu de vraag gesteld of geld verdienen dan wel geld bezitten gelukkiger maakt, dan waren we wellicht nog iets wijzer geworden. Maar nu bedoelden ze bij Gallup mijns inziens vooral "het geld dat die idioten ons toestoppen om zo’n onnozel onderzoek te doen, maakt ons gelukkig".
Nogal wat mensen hebben er blijkbaar nood aan om voortdurend de wispelturigheid van het individu en van het leven door middel van statistiekjes proberen te bezweren. Maar als je de volgende keer leest of hoort dat 110 procent van de Walen Leterme niet als premier willen, of een even groot percentage van de Vlamingen pro separatisme zou zijn, is er, CD&V-gewijs, maar één gedachte die in jou mag opkomen: ‘Wie gelooft die mensen nog?’
Na jaren van rondvragen en zoeken heb ik haar uiteindelijk gevonden! Nee, niet een in de mist der tijden verdwenen jeugdliefde, maar wel het eerste mij bekende menselijke exemplaar dat op regelmatige basis deelgenomen heeft aan een substantiëel marktonderzoek. Ze groeide op in een gezin waar gedurende langere tijd zo’n kastje stond om het kijk-en luistergedrag te analyseren, en elk gezinslid moest daarvan ook een dagboek bijhouden.
Ik heb jarenlang gedacht dat dit soort onderzoeken tot het rijk der fabels behoorde. Want werkelijk niémand in mijn toch wel uitgebreide kennissenkring of familie is ooit zelfs maar gepolst om aan zoiets mee te werken. Ikzelf heb het ook nooit verder geschopt dan een korte vragenlijst tijdens een fietstochtje. ‘Waarom fietst u hier? Hoe dikwijls? Hoe lang doet u over dit traject? Dank u wel voor uw deelname’.... Beats me wie daar in godsnaam wàt wijzer van wordt. Evenmin ben ik ooit geïnterpelleerd over mijn stemgedrag in het stemhokje. Trouwens, hebt u eender welke exit-poll ook maar in de buurt van de uiteindelijke verkiezingsuitslag weten komen?
Het is je wel duidelijk dat, van alle ergernissen die in het leven kunnen opduiken, enqûetes honkvast in mijn top 5 geparkeerd staan. Het is nog niet eens de bevraging op zich, maar vooral de daaruit getrokken en in de media als waarheid voorgestelde conclusies die me op de kast jagen. Het is een publiek geheim dat menig succesvol Woestijnvis-programma nooit zou gemaakt zijn, mochten Vandenhaute & co niet gewoon 'foert' hebben kunnen zeggen tegen het door Aimé Van Hecke zo gekoesterde Censydiam. Als zo’n onderzoeken al iets bewijzen voor mij, is het dat de meeste mensen een chronisch gebrek aan verbeelding hebben. Voor de rest zijn ze even overbodig als visgerei in de woestijn. Een greep uit de oogst van de voorbije maanden.
‘Uit een recent onderzoek bij 1500 Vlaamse gezinnen blijkt dat de kinderen altijd absoluut op de eerste plaats komen. Als er ergens moet bespaard worden, trekken de ouders eerst zelf de broeksriem aan’. Is hier ergens een deur die nog wijder openstaat om in te stampen? ‘Zo klaar als klontwater’ zou mijn goede vriend A. zeggen, in een van zijn contaminerende buien. Want los van ouderliefde of altruïsme zijn wij, net als alle andere zoogdieren, genetisch gewoonweg zo geprogrammeerd om als soort te kunnen overleven. Weinig romantisch, maar waar.
Amper enkele dagen later volgde alweer een andere poll, waaruit dan onweerlegbaar moest blijken dat ‘mensen zonder kinderen zich het gelukkigst voelen’. Hier was geen specifiek onderzoeksgebied vermeld, dus wie weet gebeurde het wel bij die aartsluie Walen, die met de handen wijd open in de OCMW-kassen graaien om hun abortussen te kunnen betalen en met hetgeen overschiet op de boemel gaan (een grapje, Joëlle, une blague!). Het gelukkigst ten opzichte van wat of van wie? Hoe kan iemand die geen kinderen heeft, nu weten of meten of hij of zij gelukkiger is dan iemand met koters? En als de biologische klok begint te tikken, zeker bij vrouwelijke vijfendertigplussers, zal dat ongetwijfeld volledig andere antwoorden opleveren dan bij wie net het ouderlijk huis verlaten heeft en vooral op de lichamelijke liefde teert, met uitzicht op een schier eindeloos lijkende toekomst.
De recente kroon op het werk is de World Poll van het gerenommeerde Gallup-instituut, dat in 130 landen gepeild heeft naar de relatie tussen geld en geluk. Want wat blijkt (tromgeroffel en paukenslagen!): geld maakt gelukkig! Stel je voor hoe we blind en onwetend door dit leven zouden moeten strompelen zonder zo’n instituut dat deze erudiete kennis met ons deelt. Ik mag er gewoonweg niet aan denken! Had men nu de vraag gesteld of geld verdienen dan wel geld bezitten gelukkiger maakt, dan waren we wellicht nog iets wijzer geworden. Maar nu bedoelden ze bij Gallup mijns inziens vooral "het geld dat die idioten ons toestoppen om zo’n onnozel onderzoek te doen, maakt ons gelukkig".
Nogal wat mensen hebben er blijkbaar nood aan om voortdurend de wispelturigheid van het individu en van het leven door middel van statistiekjes proberen te bezweren. Maar als je de volgende keer leest of hoort dat 110 procent van de Walen Leterme niet als premier willen, of een even groot percentage van de Vlamingen pro separatisme zou zijn, is er, CD&V-gewijs, maar één gedachte die in jou mag opkomen: ‘Wie gelooft die mensen nog?’