Goed volk.
Dit is de voorlopig laatste column voor Jobat. To be continued....
12 januari.
Onlangs was het weer van dat op de radio. ‘Je hoorde een song van de onvolprezen Frank Sinatra’. Hoezo, onvolprezen? Het is weinigen gegeven om zoveel lof te krijgen, zo bewierookt te worden bij leven en bij dood, ook voor wat ze niet zelf gedaan hebben. Want zonder enigzins afbreuk te willen doen aan Ole’ Blue Eyes’ tonnen charisma en vocale talenten, lijkt het wel algemeen onbekend te zijn dat hij zelf nooit iets heeft geschreven.
Als ik zoiets hoor, moet ik me bedwingen om niet stante pede te mailen naar desbetreffend programma, dat ‘de door de maffia naar de top gecatapulteerde Frank Sinatra met een song van de onvolprezen Jimmy Van Heusen en Sammy Cahn' niet alleen historisch juistere, maar ook zoveel spitantere informatie had kunnen zijn. En met als kattebel onderaan, dat jubeladjectieven niet zomaar lukraak in het rond gegooid mogen worden, dat ze –en wij- recht hebben op een oordeelkundig en correct gebruik ervan.
Onze media lijden collectief aan adjectievendiarree en cliché-itis. De top van de lijst wordt zonder twijfel aangevoerd door prestigieus en zijn varianten. Ik weet ook niet precies waarom ik daarbij spontaan aan nieuwslezer Jan Becaus moet denken, maar behalve dat het woord tot zijn –of wie ook die teksten voor zijn of haar rekening neemt- vast arsenaal aan geijkte uitdrukkingen behoort, zal zijn wat zurige en afgemeten Oxfordiaanse uitspraak ervan er zeker mee te maken hebben. Ook in allerlei commercials en aankondigingen wordt prestigieus zo te onpas opgevoerd, dat het adjectief ondertussen even impotent als Hitler geworden is, en door een beetje copywriter die naam waardig, gemeden wordt als de pest.
Volgens mij heeft dit mee zijn oorsprong in een nog verre van verwerkt Vlaams minderwaardigheidscomplex. Zo hoor ik het nooit om een afdeling van de Gentse universiteit, een Limburgse modeontwerper of een Brussels dansfestival te adjectiveren. Maar zodra een boerendorp in Amerika een filmprijsje uitreikt aan een Vlaming, voor vijftien man en een paardenkop, mag je er donder op zeggen dat de Vlaamse media daar automatisch een prestigieuze prijs van het gerenommeerde festival Huppeldepup van maken. Want kijk toch eens aan, hoe serieus wij kleine! noeste! creatieve! Vlamingen genomen worden in dat immens grote! en toch wat afschrikwekkende! buitenland! Waarmee ik niets over de creaties of hun makers zelf wil geinsinueerd hebben, integendeel, het gratuite gebruik van dit soort predicaten doet alleen maar afbreuk aan hun kwaliteiten.
'Hij wordt daarbij omringd door goed volk' is nog zo’n tenenkruller van het zuiverste soort, die vooral in de artistieke berichtgeving bon ton is. Goed volk is niet meer of minder dan het zegel der goedkeuring van de recensent, het onverdoken advies om iets met je ogen en oren dicht te kopen of te gaan bekijken. Onder goed volk verstaat hij of zij meermaals met het Cross of Honour gedecoreerde oudstrijders, die al in die mate bewezen hebben wat ze waard zijn, dat ze tot in lengte van dagen met àlles wegraken. Een achteloze zwarte stip op een wit vlak of getoonzette scheten worden Grote Kunst in hun handen of uit hun achterwerk, van een ongeëvenaarde inventiviteit en diepgang en die de verzamelde concurrentie doet verbleken.
Absolute waakzaamheid en een dubbel slot op je portemonnee zijn geboden als er goed volk mee gemoeid is. Niet zelden wordt er nog eens aan de kassa gepasseerd met opvoering van hetzelfde truukje. Niet zelden is goed volk niet meer dan de belichaming van de verloren jeugddromen van de recensent.
Ik zo nog wel even door kan gaan. Geniaal staat te dringen om in de Top 5 te komen, en ook grofkorrelig doet verwoede pogingen daartoe. Maar ze verbleken allebei bij ‘we zijn zwanger’. Dat een lesbisch koppel deze uitdrukking in de mond neemt, tot daar aan toe. Maar zodra een vent dit uit zijn strot laat komen, heb ik alleen maar zin om hem toe te roepen: ‘Je bent een sissie, maat! Je hebt niks begrepen van wat vrouwen verstaan onder ‘de nieuwe man’! Voor je het weet is ze er vandoor met zo’n kleine viriele Italiaan of een forse Zweed en laat ze je alleen zwanger zijn tot het einde van je dagen!’Oef, dit lucht op, het moest er even af. Gelukkig nieuwjaar!
12 januari.
Onlangs was het weer van dat op de radio. ‘Je hoorde een song van de onvolprezen Frank Sinatra’. Hoezo, onvolprezen? Het is weinigen gegeven om zoveel lof te krijgen, zo bewierookt te worden bij leven en bij dood, ook voor wat ze niet zelf gedaan hebben. Want zonder enigzins afbreuk te willen doen aan Ole’ Blue Eyes’ tonnen charisma en vocale talenten, lijkt het wel algemeen onbekend te zijn dat hij zelf nooit iets heeft geschreven.
Als ik zoiets hoor, moet ik me bedwingen om niet stante pede te mailen naar desbetreffend programma, dat ‘de door de maffia naar de top gecatapulteerde Frank Sinatra met een song van de onvolprezen Jimmy Van Heusen en Sammy Cahn' niet alleen historisch juistere, maar ook zoveel spitantere informatie had kunnen zijn. En met als kattebel onderaan, dat jubeladjectieven niet zomaar lukraak in het rond gegooid mogen worden, dat ze –en wij- recht hebben op een oordeelkundig en correct gebruik ervan.
Onze media lijden collectief aan adjectievendiarree en cliché-itis. De top van de lijst wordt zonder twijfel aangevoerd door prestigieus en zijn varianten. Ik weet ook niet precies waarom ik daarbij spontaan aan nieuwslezer Jan Becaus moet denken, maar behalve dat het woord tot zijn –of wie ook die teksten voor zijn of haar rekening neemt- vast arsenaal aan geijkte uitdrukkingen behoort, zal zijn wat zurige en afgemeten Oxfordiaanse uitspraak ervan er zeker mee te maken hebben. Ook in allerlei commercials en aankondigingen wordt prestigieus zo te onpas opgevoerd, dat het adjectief ondertussen even impotent als Hitler geworden is, en door een beetje copywriter die naam waardig, gemeden wordt als de pest.
Volgens mij heeft dit mee zijn oorsprong in een nog verre van verwerkt Vlaams minderwaardigheidscomplex. Zo hoor ik het nooit om een afdeling van de Gentse universiteit, een Limburgse modeontwerper of een Brussels dansfestival te adjectiveren. Maar zodra een boerendorp in Amerika een filmprijsje uitreikt aan een Vlaming, voor vijftien man en een paardenkop, mag je er donder op zeggen dat de Vlaamse media daar automatisch een prestigieuze prijs van het gerenommeerde festival Huppeldepup van maken. Want kijk toch eens aan, hoe serieus wij kleine! noeste! creatieve! Vlamingen genomen worden in dat immens grote! en toch wat afschrikwekkende! buitenland! Waarmee ik niets over de creaties of hun makers zelf wil geinsinueerd hebben, integendeel, het gratuite gebruik van dit soort predicaten doet alleen maar afbreuk aan hun kwaliteiten.
'Hij wordt daarbij omringd door goed volk' is nog zo’n tenenkruller van het zuiverste soort, die vooral in de artistieke berichtgeving bon ton is. Goed volk is niet meer of minder dan het zegel der goedkeuring van de recensent, het onverdoken advies om iets met je ogen en oren dicht te kopen of te gaan bekijken. Onder goed volk verstaat hij of zij meermaals met het Cross of Honour gedecoreerde oudstrijders, die al in die mate bewezen hebben wat ze waard zijn, dat ze tot in lengte van dagen met àlles wegraken. Een achteloze zwarte stip op een wit vlak of getoonzette scheten worden Grote Kunst in hun handen of uit hun achterwerk, van een ongeëvenaarde inventiviteit en diepgang en die de verzamelde concurrentie doet verbleken.
Absolute waakzaamheid en een dubbel slot op je portemonnee zijn geboden als er goed volk mee gemoeid is. Niet zelden wordt er nog eens aan de kassa gepasseerd met opvoering van hetzelfde truukje. Niet zelden is goed volk niet meer dan de belichaming van de verloren jeugddromen van de recensent.
Ik zo nog wel even door kan gaan. Geniaal staat te dringen om in de Top 5 te komen, en ook grofkorrelig doet verwoede pogingen daartoe. Maar ze verbleken allebei bij ‘we zijn zwanger’. Dat een lesbisch koppel deze uitdrukking in de mond neemt, tot daar aan toe. Maar zodra een vent dit uit zijn strot laat komen, heb ik alleen maar zin om hem toe te roepen: ‘Je bent een sissie, maat! Je hebt niks begrepen van wat vrouwen verstaan onder ‘de nieuwe man’! Voor je het weet is ze er vandoor met zo’n kleine viriele Italiaan of een forse Zweed en laat ze je alleen zwanger zijn tot het einde van je dagen!’Oef, dit lucht op, het moest er even af. Gelukkig nieuwjaar!