Het nadeel van de twijfel.
10 november 2007.
Ik heb ze al even summier aangehaald, de cijfers die naar aanleiding van de Dag van de Armoede gepubliceerd werden. Omdat ik ze zo hallucinant en obsceen vind, en om je overbelaste harde schijf wat op te frissen, volgen ze hier nog eens. Vijftien procent of één op de zeven Belgen, zo’n anderhalf miljoen, leeft onder de armoedegrens. Vijftien procent of één op de zeven bewoners op deze planeet lijdt dagelijks honger. Omgerekend zo’n 854 miljoen mensen die elke dag met een lege maag naar bed gaan.
(Vooraleer verder te gaan: lees het bovenstaande opnieuw, maar nu trager en bewuster. Laat het binnensijpelen, proef die getallen, spreek ze luidop uit en laat ze over je tong rollen. Doe je ogen dicht en zeg eerst ‘854 miljoen’, en dan ‘854 miljoen mensen’. Voel je het verschil?)
‘Goh, wat erg’, mijmeren we bij ons ontbijteitje, vooraleer we ons als lemmingen in de volgende file storten, daarbij zoveel mogelijk het eerste rijvak en zijn moordende vrachtwagens vermijdend. En de kans is reëel dat de bedelaar die altijd aan de lichten postvat, die met zijn ene been en zijn stomparmpje, er vandaag wel bij vaart dat we deze informatie net tot ons genomen hebben. Maar wat daarna?
Het probleem met grote getallen is hun abstractie. Bij 854 miljoen hongerigen kunnen we ons even weinig voorstellen als bij een afstand van 10.000 lichtjaren. En onze verbeelding is niet alleen beperkt, maar ondertussen ook danig afgestompt door een onafgebroken bombardement aan indrukken. Hoe sneller en alomtegenwoordiger de media, hoe krachtelozer en vluchtiger hun impact. In het eerste decennium van de massa-beeldcultuur was een genapalmd en huilend Vietnamees meisje op tv nog voldoende om wereldwijd honderdduizenden te mobiliseren tegen een onzinnige oorlog (er even van uitgaand dat er zoiets als een ‘zinvolle’ oorlog bestaat). Nu gaan we hooguit alleen nog de straat op als we zelf of onze naaste omgeving rechtstreeks getroffen of aangesproken wordt. Denk maar aan de witte marsen.
Abstractie leidt tot een tekort aan inlevingsvermogen. De neiging om ons persoonlijk niet meer verantwoordelijk te voelen voor wat we niet kunnen bevatten is groot. En menselijk. Net als de opwarming van de aarde en het gat in de ozonlaag wordt het ‘een’ probleem van ‘de’ wereld. En honger is sowieso iets wat de meesten onder ons alleen als woord kennen.
In het kielzog van deze onthutsende cijfers gooit econoom Thierry Debels zijn boek ‘Hoe goed is het goede doel?’ op de markt. Het heeft als ondertitel 100 euro in de collectebus van 11.11.11 levert slechts 1 euro in het Zuiden op. Nou moe, qua uitgeverscynisme kan dit tellen. Want hoeveel tegenargumenten de geviseerde en niet op voorhand gehoorde ngo’s ook mogen hebben, de toon is gezet, het nadeel van de twijfel gezaaid. Meestal op de eerste pagina of vooraan in het nieuws, terwijl het wederwoord ergens in een achterafhoekje belandt. De volledige toedracht van iets laat zich nu eenmaal niet in een oneliner vatten.
Ik wil zeker niet beweren dat deze discussie niet publiek mag en moet gevoerd worden. Financiële transparantie is gewoonweg een must voor elke ngo. Maar de gemediatiseerde manier waarop dit boek onder de aandacht gebracht is, net nu allerhande acties voor het goede doel van start gaan, is ronduit misleidend, om niet te zeggen misdadig, te noemen.
Waar we vanaf moeten is wat ik ‘de schizofrenie van de wapenfabrikant’ wil noemen. Die produceert tuigen die dagelijks talloze kinderen in de wereld verminken en doden. Terwijl hij terzelvertijd een ideale vader is die voor zijn eigen vlees en bloed door het vuur zou gaan. En die deze gespletenheid rechtvaardigt door de vraag van de markt, of met schijnargumenten elke verantwoordelijkheid omtrent het gebruik van zijn producten afwijst. We moeten onderzoeken in welke mate dat gedrag zich in ons eigen leven genesteld heeft. Ja, zeker gij ook, uitgeverke of hoofdredacteur.
Toen ik onlangs kinderen van acht op een vuilnisbelt in Manila hun halve euro aan metaalafval bij mekaar zag wroeten om toch iets te kunnen eten, werd ik me scherp bewust dat we als mens geen énkele andere optie hebben dan dit soort anomalieën zo snel mogelijk uit de wereld te helpen. Je mag me gerust een idealist noemen, ik zal dat als een badge of honour opspelden. Maar duw me niet in het hoekje van de sentimentaliteit, zo ontken je alleen maar je eigen kwetsbaarheid en gevoeligheid.
Ik heb ze al even summier aangehaald, de cijfers die naar aanleiding van de Dag van de Armoede gepubliceerd werden. Omdat ik ze zo hallucinant en obsceen vind, en om je overbelaste harde schijf wat op te frissen, volgen ze hier nog eens. Vijftien procent of één op de zeven Belgen, zo’n anderhalf miljoen, leeft onder de armoedegrens. Vijftien procent of één op de zeven bewoners op deze planeet lijdt dagelijks honger. Omgerekend zo’n 854 miljoen mensen die elke dag met een lege maag naar bed gaan.
(Vooraleer verder te gaan: lees het bovenstaande opnieuw, maar nu trager en bewuster. Laat het binnensijpelen, proef die getallen, spreek ze luidop uit en laat ze over je tong rollen. Doe je ogen dicht en zeg eerst ‘854 miljoen’, en dan ‘854 miljoen mensen’. Voel je het verschil?)
‘Goh, wat erg’, mijmeren we bij ons ontbijteitje, vooraleer we ons als lemmingen in de volgende file storten, daarbij zoveel mogelijk het eerste rijvak en zijn moordende vrachtwagens vermijdend. En de kans is reëel dat de bedelaar die altijd aan de lichten postvat, die met zijn ene been en zijn stomparmpje, er vandaag wel bij vaart dat we deze informatie net tot ons genomen hebben. Maar wat daarna?
Het probleem met grote getallen is hun abstractie. Bij 854 miljoen hongerigen kunnen we ons even weinig voorstellen als bij een afstand van 10.000 lichtjaren. En onze verbeelding is niet alleen beperkt, maar ondertussen ook danig afgestompt door een onafgebroken bombardement aan indrukken. Hoe sneller en alomtegenwoordiger de media, hoe krachtelozer en vluchtiger hun impact. In het eerste decennium van de massa-beeldcultuur was een genapalmd en huilend Vietnamees meisje op tv nog voldoende om wereldwijd honderdduizenden te mobiliseren tegen een onzinnige oorlog (er even van uitgaand dat er zoiets als een ‘zinvolle’ oorlog bestaat). Nu gaan we hooguit alleen nog de straat op als we zelf of onze naaste omgeving rechtstreeks getroffen of aangesproken wordt. Denk maar aan de witte marsen.
Abstractie leidt tot een tekort aan inlevingsvermogen. De neiging om ons persoonlijk niet meer verantwoordelijk te voelen voor wat we niet kunnen bevatten is groot. En menselijk. Net als de opwarming van de aarde en het gat in de ozonlaag wordt het ‘een’ probleem van ‘de’ wereld. En honger is sowieso iets wat de meesten onder ons alleen als woord kennen.
In het kielzog van deze onthutsende cijfers gooit econoom Thierry Debels zijn boek ‘Hoe goed is het goede doel?’ op de markt. Het heeft als ondertitel 100 euro in de collectebus van 11.11.11 levert slechts 1 euro in het Zuiden op. Nou moe, qua uitgeverscynisme kan dit tellen. Want hoeveel tegenargumenten de geviseerde en niet op voorhand gehoorde ngo’s ook mogen hebben, de toon is gezet, het nadeel van de twijfel gezaaid. Meestal op de eerste pagina of vooraan in het nieuws, terwijl het wederwoord ergens in een achterafhoekje belandt. De volledige toedracht van iets laat zich nu eenmaal niet in een oneliner vatten.
Ik wil zeker niet beweren dat deze discussie niet publiek mag en moet gevoerd worden. Financiële transparantie is gewoonweg een must voor elke ngo. Maar de gemediatiseerde manier waarop dit boek onder de aandacht gebracht is, net nu allerhande acties voor het goede doel van start gaan, is ronduit misleidend, om niet te zeggen misdadig, te noemen.
Waar we vanaf moeten is wat ik ‘de schizofrenie van de wapenfabrikant’ wil noemen. Die produceert tuigen die dagelijks talloze kinderen in de wereld verminken en doden. Terwijl hij terzelvertijd een ideale vader is die voor zijn eigen vlees en bloed door het vuur zou gaan. En die deze gespletenheid rechtvaardigt door de vraag van de markt, of met schijnargumenten elke verantwoordelijkheid omtrent het gebruik van zijn producten afwijst. We moeten onderzoeken in welke mate dat gedrag zich in ons eigen leven genesteld heeft. Ja, zeker gij ook, uitgeverke of hoofdredacteur.
Toen ik onlangs kinderen van acht op een vuilnisbelt in Manila hun halve euro aan metaalafval bij mekaar zag wroeten om toch iets te kunnen eten, werd ik me scherp bewust dat we als mens geen énkele andere optie hebben dan dit soort anomalieën zo snel mogelijk uit de wereld te helpen. Je mag me gerust een idealist noemen, ik zal dat als een badge of honour opspelden. Maar duw me niet in het hoekje van de sentimentaliteit, zo ontken je alleen maar je eigen kwetsbaarheid en gevoeligheid.